“Een trombone is een echte verbinder”

De trombone? Je kunt ermee schitteren, je kunt ermee dienen, en het instrument reflecteert je persoonlijkheid, zeggen de bespelers Peter, Han en Bart. Bovenal is de trombone de grote verbinder. Dat komt goed uit, nu hij centraal staat op dit Breda Jazz Festival.

Door Jelle Boonstra | Foto: Willem Paterik

PETER VAN STEEN

Is de trombone het archetype van een instrument dat zijn bespeler kiest? Absoluut, zegt Peter van Steen (58) van Jazz Connection. Zijn favoriete oom, Loe, bespeelde zo’n trombone en Peter mocht het als jochie van twaalf uitproberen. “Ik kreeg er nog geluid uit ook”. Peter kon al een beetje meespelen met een plaat van Jan Boezeroen. Een natuurtalentje dus. En oude liefde roest niet. Nog steeds is het een ultiem levensgeluk om na een drukke dag op het werk — als manager in de zorg — anderhalf uur te spelen, de problemen verdampen dan waar je bij staat. Een trombone is een extravert instrument, en jazeker, de meeste bespelers ook, zegt hij. Peter haalt ze er zo uit, ook als hij ze zonder instrument op een festival tegen komt: dát is een trombonist, of een saxofonist. Iemand zei ooit tegen hem dat trombonisten de ‘gezelligste mensen’ van het orkest zijn. In elk geval zijn ze erg sociaal. “We zijn de verbinders. In de oude muziek uit New Orleans zeker: de trompet speelt daar de melodie, de klarinet dartelt eromheen en de trombone vult op, tail-gaiting, met een mooie zwier maak je het allemaal net even compleet”.

OP BED VOOR EEN FOTO

Peter behandelt z’n muze met respect. Toen hij in 2015 een nieuwe trombone kocht, werd die eerst op bed gelegd. Voor een fotoserie. “Want er zat nog geen krasje op”. Dat instrument wordt zorgvuldig bewaard in de koffer. Mét respect en zonder stof. Bij carnaval gaat z’n oudste trombone mee, eentje die hem nu al 41 jaar in het leven vergezelt. Ze zien hem graag komen met z’n trombone “Dat is gewoon een humoristisch instrument” — blijkt op de dweilavonden. Aan het eind van een carnavalsavond doet hij altijd zo’n mooie haal met de schuif om- hoog en omlaag hooee-waa-oooep! “Dan heb je altijd de lachers op de hand”.

HAN KLEEMANS

Han Kleemans kijkt anders naar het instrument dat hij sinds z’n 14de bespeelt (hij is nu 68). Hij begon bij St. Cecilia in Princenhage. Ook hij raakt maar niet uitgekeken op de trombone. “Bij fusion en met elektronica en het dubbelen van partijen ontdek ik elke keer nieuwe mogelijkheden”. Hij ziet de trombone nou juist niét als het instrument dat de boventoon voert. “De trombone heeft de middenstem, eentje die heel dienstbaar is aan de klank in het orkest”, zegt hij. Misschien staat hijzelf net wat anders in het leven, hij klinkt in elk geval serieuzer — en de trombone voegt zich als vanzelf naar de persoonlijkheid. Dat het instrument wel in de gezellige hoek zit van een orkest, dat is zeker. “Je hebt de trompettisten, achterover gekamd haar en puntschoentjes, altijd in het middel- punt. Trombonisten zijn vaak dikbuikig, altijd te laat — en ze blijven na afloop het langst hangen”. Daar lacht hij bij — hij herkent zich in het profiel.

BART GOOSEN

Bart Goosen van Miss Lulu White, fysiotherapeut in het dagelijkse leven, speelt veel dansmuziek uit de jaren twintig. In zijn muziekkamer thuis heeft hij zes trombones, de oogst die hij in het bestaan van musicus gaandeweg opdeed. Maar er staan evengoed een accordeon en een banjo, en er hangen drie gitaren — want z’n muzikale eetlust is groot en veelzijdig. Niettemin is zijn favoriete instrument een trombone gebleven, de Conn 44H Vocabell uit 1937 in dit geval, met een mooie warme toon, die zo prima past in het ensemble. Mooi om te zien bovendien, gemaakt in een Art Deco stijl. Bart speelt zowel contrabas als trombone en dat is geen toevalligheid — allebei leggen ze een basis als van cement in een orkest, zorgen voor de bruggetjes en een ondersteuning als een ander een solo speelt. De ene muziek- regel logisch en met mooie akkoorden aan de andere verbinden, dat is de taak die hem pleziert.

BANG VOOR EEN TROMBONIST

Vrezen de collega’s in het orkest de trombonist niet stiekem een beetje? Hun schuif heeft immers de kracht van een bokshandschoen en de actieradius kan groot zijn bij een enthousiaste draai vanuit de heupen, als de muziek eenmaal z’n opzwepende effect toont. Toch is dat allerminst het geval. Bart: “De schuif wordt op een zeker moment het verleng- stuk van jezelf, in de haptonomie zeggen ze dat je je gevoel kunt verleggen, het uiteinde van je schuif wordt op een zeker moment onlosmakelijk aan jezelf verbonden. Daarom kun je met je ogen dicht spelen en toch nooit iets raken”. ”Moet ook niet” zegt Bart: “als je tegen iets aan botst, gaat de schuif kapot en kun je dus niet meer verder spelen”. En dat is de nuchtere waarheid.